‘Begin klein en begin vandaag’

28 mei 2020

De Groene Tulp

Bolbehandeling, gewasbehandeling en bodem staan centraal in het PPS-project De Groene Tulp. Gestart in 2018 is het tijd voor een tussenbalans. Projectleider Michel Jansen ziet positieve ontwikkelingen, maar roept tulpentelers nadrukkelijk op om zelf ook aan de slag te gaan. “Begin klein en begin vandaag. Wacht niet totdat het project is afgerond.”

Waar staat de tulpenteler in deze tijd, de situatie van dit moment buiten beschouwing latend? Exportlanden die steeds hogere eisen stellen aan de kwaliteit van de bol en in ons land een gestage afname van het aantal beschikbare middelen om die kwaliteit hoog te houden. Een spagaat dus. Die houding houden zelfs geoefende turnsters niet lang vol. Dat besef was voor een aantal partijen in de bloembollensector aanleiding om voor de tulpenteelt een project te starten waarbij wordt gekeken of er ook mogelijkheden zijn om zonder die spagaat te kunnen telen. Het leidde tot de publiek-private samenwerking De Groene Tulp (zie kader), waarin twaalf partijen investeren, evenals de TKI Tuinbouw en Uitgangsmateriaal. Doel is om de tulpenteler voor 2030 teelttechnieken aan te reiken die toekomstbestendig zijn.

PPS De Groene Tulp

De Groene Tulp is een vierjarig project dat wordt mogelijk gemaakt door bijdragen van iBulb, Agri Treat projects, NLG Holland, Rabobank, KAVB, FIT, Stimuflori, GreenPort NHN, Koppert, CNB Teeltadvies en Universiteit Leiden. Deze organisaties en bedrijven investeren dus werkelijk in de verduurzaming van de tulpenteelt. Daarnaast wordt een deel gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Proeftuin Zwaagdijk. Doel van dit onderzoek is het opleveren van effectieve en duurzame strategieën voor de tulpenteelt, zodat bij hoge ziekte en plaagdruk misoogsten en onoverkomelijke schade aan zowel bol als tulp voorkomen worden. De volgende onderdelen zullen worden gecombineerd:  het gebruik van groene middelen en biostimulanten voor behandelen van de bodem, ontsmetten van de bollen, ziektebestrijding op het land.


Drie facetten

De Groene Tulp kent drie speerpunten: nieuwe of andere strategie van de bolbehandeling, nieuwe of andere strategie van de gewasbehandeling en onderzoek naar gezondheid van zand en kleigrond. Inmiddels zijn er op alle drie de onderdelen stappen gezet om tot resultaten te komen. “We zijn in 2018 begonnen en hebben dit jaar van twee jaar de resultaten. Dat is het moment om te bepalen waar we mee doorgaan”, aldus projectleider Michel Jansen vanuit Proeftuin Zwaagdijk. Wat betreft de bolbehandeling, ofwel het zorgen voor schoon plantgoed, is de inzet erop gericht om de afhankelijkheid van chemische middelen te verminderen. “De afgelopen jaren is er een groot aantal groene middelen op de markt gekomen. De vraag is welke daarvan bruikbaar zijn voor de bolbehandeling van tulp. Is er een betrouwbare cocktail te maken van biologische producten? Dat willen we natuurlijk wel graag, maar uit de gangbare middelen weten we hoe ingewikkeld het kan zijn om middelen te mengen.” Wat de biologische middelen betreft, merkt Jansen op dat de resultaten van die middelen nog altijd worden vergeleken met de chemische standaard. “Het is maar de vraag of dat terecht is. Want als die standaard wegvalt, hoe realistisch is dan nog het resultaat dat daar bij hoort. Ik besef dat dit geen leuke vraag is, maar hij moet wel gesteld worden.” Naast middelen vindt er wat de bolbehandeling betreft ook onderzoek plaats naar andere technieken. “Na het eerste jaar hadden we al goede resultaten met een nieuwe techniek, waarbij het plantgoed door een schuimoplossing rollen. Dit jaar krijgen we de resultaten van het tweede jaar. Ook dan bepalen we of we hiermee verder gaan. Het coaten is binnen de Groene Tulp een essentiële ontwikkeling die in het project breed wordt getoetst.”

Data verzamelen

Om het gewas gezond te houden, heeft de teler te maken met een afnemend pakket aan middelen. Ook hier zijn de afgelopen jaren groene middelen op de markt verschenen. Wat de bestrijding van Botrytis (vuur) betreft, ziet Jansen een aardige ontwikkeling. “De belangstelling voor beslisondersteunende systemen (BOS) komt weer terug. In de jaren negentig werd al door onderzoek bevestigd dat de weersvoorspelling heel goed kan bepalen wanneer je tegen vuur moet spuiten. Zeker nu al heel wat voorjaren er sprake is van een veel lagere vuurdruk, zijn deze systemen weer interessant. Een belangrijk verschil met de jaren negentig is dat er nu veel meer data beschikbaar zijn. Er is simpelweg veel meer te meten. Mijn advies aan telers is dan ook om zelf data te gaan verzamelen. Kijk nog eens naar het spuitschema. Telers die bewust bezig zijn met hun gewas en met het weer kunnen hier zeker iets mee.” Wat niet in dit project zit, is de verspreiding van virussen. Daar vindt wel onderzoek aan plaats, maar dan in de PPS Virus in bloembollen.

Telers als spiegel

Het derde onderdeel van De Groene Tulp zit niet in de bol of de plant, maar in de bodem. Een partij die hierbij van grote waarde is, is Natural Living and Growth Holland (NLG). Hierbij zijn veertien bedrijven op zand en klei aangesloten. Zij testen in de praktijk mogelijkheden uit om de bodemvruchtbaarheid van hun grond op peil te houden of te verbeteren. “Voor dit onderzoek werken we samen met het Leiden Applied Centre of Bioscience, een onderdeel van Hogeschool Leiden. Dat maakt scans van bodems waar diverse groenbemesters zijn geteeld en biostimulanten worden gebruikt. De inbreng van NLG is hier heel welkom, omdat zij al anders durven te denken. Zij zijn de spiegel, omdat ze tussen traditioneel en allerlei nieuwe ontwikkelingen in zitten. De groep is een goede criticus in het hele traject om de tulpenteelt op de juiste manier verder te brengen. Zo’n partij heb je echt nodig.”

Aan de slag

Naast deze inspanningen die vanuit de Groene Tulp plaatsvinden, benadrukt Jansen dat ondernemers zelf ook aan de slag kunnen, ja, zelfs moeten. “Wie rustig afwacht totdat de vier projectjaren om zijn, doet zichzelf en collega’s tekort. Wacht niet af, maar ga leren. Begin klein en begin vandaag. Kijk naar aspecten als de cultivars die je teelt. Welke passen goed bij een strategie om met minder gangbare middelen toch kwalitatief goed te telen? Kijk naar je percelen. Zie je verschillen in bolkwaliteit, gewasstand. Ga daarmee aan de slag. En wie vragen heeft, kan me altijd bellen, maar kan ook zijn eigen adviseur benaderen. Ook daar zit heel veel kennis.”

Bron: Greenity 14-4-2020 | Auteur: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas