Aan duurzaam telen op water moeten de slaplantjes nog een beetje wennen

9 september 2015
andijvie en kool op water
Het telen van sla op water is duurzaam, dus goed voor het milieu. Bovendien levert het een product van topkwaliteit op. Toch maken nog niet veel telers gebruik van deze innovatieve techniek. Eerst moeten ze jonge slaplantjes van hun koudwatervrees afhelpen.
 
Het klinkt sommigen misschien als science fiction in de oren, maar dat is het niet. Al een paar jaar wordt er geëxperimenteerd met het telen van bijvoorbeeld kropsla en eikenbladsla op water. De resultaten spreken tot de verbeelding. De innovatieve teeltwijze bespaart meststoffen en kent niet het bezwaar dat deze stoffen het grondwater en/of het oppervlaktewater verontreinigen. Bij het telen van sla op water blijven de meststoffen in het bassin, waarvan het water telkens opnieuw gebruikt kan worden. Dit water bevat bovendien een uitgelezen melange van voedingsstoffen voor een optimale groei van de slaplantjes. Daardoor is deze wijze van telen niet alleen duurzaam, maar levert het ook een kwalitatief beter product op. De smaak is minimaal even goed, evenals de houdbaarheid.
 
Groeistagnatie
We hebben prachtige vollegrondsgroenteteelt in Noord-Holland met een aantal grote vernieuwende bedrijven. Sla op water is zo’n vernieuwing met grote positieve consequenties. De Frima Pater Broersen is in 2011 als eerste gestart met een innovatief teeltsysteem waarmee een hogere kwaliteit sla geproduceerd kan worden, terwijl de uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het grond- en oppervlaktewater voorkomen wordt. Dat nog niet alle telers op deze nieuwe productiewijze zijn overgestapt heeft meerdere oorzaken, legt Erik van Os van Wageningen UR uit. “Allereerst vergt het grote investeringen. Je kunt niet zomaar op een achternamiddag besluiten om de vollegrondsteelt te verruilen voor telen op water. Dat heeft enorme consequenties voor je bedrijfsvoering. Dan moet je naar de bank om de benodigde investeringen te kunnen financieren. En banken verlangen daarvoor natuurlijk zoals altijd zekerheden.”
En daar wringt nou net de schoen. Want de eerste uitkomsten van het project Sla op water zien er weliswaar veelbelovend uit, maar garanties op succes zijn er nog niet. Want de slaplantjes doen het uitstekend in water, maar niet vanaf het allereerste begin. AgriVizier helpt ondernemers om die knelpunten aan te pakken. 
Projectleider Erik van Os: “Nadat de kwekerij de jonge plantjes bij de teler heeft afgeleverd, worden ze in potjes in een teeltvijver van vijfduizend vierkante meter gezet. Vervolgens moeten de plantjes gaan groeien, maar dat gebeurt niet meteen. Gedurende drie tot vier dagen treedt een groeistagnatie op. De oorzaak is onbekend, maar duidelijk is wel dat de jonge slaplantjes niet meteen te verleiden zijn om hun wortels in het water uit te slaan. Dat verlengt niet alleen de productietijd, het maakt de plantjes ook kwetsbaarder voor ziektes.”
 
Beregening
Het is dus zaak om deze vorm van ‘koudwatervrees’ bij de jonge slaplantjes weg te nemen.
In het verleden is geëxperimenteerd met verschillende oplossingen. Zo is gekozen voor beregening gedurende de eerste week dat de plantjes zich in de vijver bevonden. Helaas bleek dit het probleem niet op te lossen, maar slechts de kans op de aanwezigheid van schimmels te vergroten. Een ander experiment om de groeistagnatie weg te nemen bleek succesvoller. Men zette de potjes die van de kweker kwamen eerst een aantal dagen in een klein laagje water, om ze te laten wennen als het ware. Vervolgens groeiden ze, eenmaal in de vijver gezet, prima door. Probleem opgelost, zou je denken. Nadeel is echter dat dit een extra en bovendien kostenverhogende handeling in het teeltproces brengt, stelt Van Os. “Momenteel kijken we daarom vooral naar het substraat waarin de jonge slaplantjes worden opgekweekt, zeg maar de voedingsbodem in de potjes waarin de plantjes wortelen. Op de Proeftuin Zwaagdijk worden verschillende proefopstellingen uitgeprobeerd. Binnenkort besluiten we welke variant het meest kansrijk is om in gebruik te nemen.”
 
Het huidige project krijgt waarschijnlijk een vervolg, volgens Van Os. “De slateelt ligt van oktober tot april normaalgesproken stil. Er wordt al hardop gesproken over een nieuw soort kas met verwarming en led-verlichting om de teelt van sla gedurende het hele jaar mogelijk te maken. Daarbij is het niet alleen de vraag of zoiets technisch haalbaar is, maar vooral ook of het economisch rendabel is. Die ondernemersvraag is nu nog moeilijk te beantwoorden, dus het lijkt zinvol om ook dat te gaan onderzoeken.”