28
Mei
Quinoa, hype of serieuze optie?

De naam quinoa is in Nederland sinds 2014 een ware hype, lijkt het. Het gewas is aan een opmars bezig in het winkelschap. De vraag is zo groot dat er vooral buitenlandse quinoa in het schap ligt. De vraag vanuit de markt is groter dan het aanbod en dat zorgt voor een hoge prijs.
 
De consument laat zich karakteriseren als bewust levend, op zoek naar gezonde voeding en bereid om hiervoor te betalen. Quinoa lijkt dit alles waar te maken, tot de hogere aankoopprijs aan toe. Kansen voor bedrijven dus om een gat in de markt te vullen en daarbij serieus naar de teelt te kijken.
 
Wageningen UR heeft rassen vermeerderd die voor Nederland geschikt zijn. Samen met Dutch Quinoa Group heeft DLV Plant een aantal telers geholpen bij de kennisontwikkeling van deze teelt. DLV plant doet dit in opdracht van LTO Noord Projecten en Agrivizier  een EFRO project van GreenPort Noord-Holland Noord. Doel daarbij is om de gangbare en biologische teelt van quinoa op te zetten en een flinke groei te laten maken.
 

Veelzijdig product

Quinoa behoort tot de familie van ganzevoetachtigen, waartoe ook bieten en spinazie behoren. Quinoa is geen graangewas en lijkt eigenlijk het meest op gierst. Het gewas is in Nederland daarom ook wel bekend onder de naam gierstmelde.
 
Oorspronkelijk wordt het gewas al sinds 5.000 jaar geleden in Zuid-Amerika geteeld en veredeld. Van zeeniveau tot wel 3.000 meter hoog in de Andes. Opvallend is dat quinoa met moeilijke bodemeigenschappen kan omgaan. Zo is de zouttolerantie van het gewas hoog. 
 
Quinoa lijkt in groei en ontwikkeling sterk op melganzevoet. Het onkruid van de meldes is daarom erg lastig te onderscheiden van de echte quinoaplanten. De planten worden 1,5 tot 2 meter hoog en maken meerdere zaadpluimen waarin het fijne zaad zit.
Het zaad is glutenvrij en bevat circa 60 procent zetmeel, 6 procent vet, 3 procent saponine en 15 procent hoogwaardig eiwit. Het hoge eiwitgehalte is opvallend en van goede kwaliteit. De saponine is een zeepachtige stof om de korrel die soms giftig kan zijn. Deze moet na de oogst van de korrel worden afgewassen. De smaak is te omschrijven als neutraal met een nootachtige bijsmaak. Het lijkt daarin wellicht het meest op rijst maar daarbij dus een licht nootachtige smaak. Bij gekookte bereiding is opvallend dat de korrel tijdens een korte kooktijd van 10 à15 minuten al kiemt.
 
Het gewas kent veel gebruiksmogelijkheden. Naast de korrel zijn ook de bladeren geschikt voor humane consumptie. Van het quinoa-zaad is bier, melk of bijvoorbeeld pasta te maken. Vanuit de industrie is belangstelling voor de vetten uit quinoa.


Nederland

In Europa is al langer ervaring met de teelt en verwerking van quinoa. Het gaat hierbij dan nog om de teelt van de buitenlandse rassen die saponine bevatten. Deze rassen moeten voor humane consumptie gewassen worden om de saponine eraf te spoelen.
Vanuit Wageningen UR is al enige jaren gewerkt aan de vermeerdering van twee rassen (Pasto en Atlas) die geschikt zijn voor de teelt in Nederland. Deze rassen zijn saponine-vrij, waardoor ze na de oogst eenvoudiger zijn te verwerken. Pasto is een ras met vroege beginontwikkeling, uniforme stand en niet te hoog. Atlas is iets productiever en geeft bovendien een blankere korrel. Een blankere korrel is van oudsher een kwaliteitskenmerk. Blanke korrels worden bijvoorbeeld graag in verse salades gebruikt. 
 
Het zaad van de WUR wordt in samenwerking met de Dutch Quinoa Group aan de telers aangeboden. De opbrengst van de teelt wordt door DQG afgenomen volgens een vooraf afgesproken vaste prijs. DQG ziet door een toenemende vraag vanuit de markt volop kansen om in teelt en afzet te groeien. Doel is om het teeltareaal aanzienlijk op te schalen. Vorig jaar was het gezamenlijke areaal in Nederland ongeveer 20 hectare, dit jaar waarschijnlijk rond de 300 hectare. De interesse vanuit de markt voor quinoa lijkt ook komend jaar groot.


Teelt in de praktijk

Quinoa vraagt om grond met een goede structuur. Het gewas kan dan diep (75 à 100 centimeter) en intensief wortelen. Het gewas vraagt ook voldoende beschikbare stikstof (150 kilo N per hectare of meer). Over andere elementen is nog maar heel weinig bekend. Proeven in 2015 zullen erop gericht zijn om meer duidelijkheid te krijgen over een optimale bemesting. Het zaaien mag niet te diep (2 à 3 centimeter) waarbij een regelmatige zaaidiepte van belang is. Een onregelmatige opkomst geeft meer kans op zijscheuten aan de planten met daarin secundaire zaadpluimen, die later afrijpen. Zaaien kan vanaf begin maart. Quinoa kan goed tegen nachtvorsten tot -5 graden. Daarna heeft het gewas ongeveer 100 dagen nodig tot de oogst. Als rijafstand kan gekozen worden voor 12,5, 25 of wellicht zelfs 50 centimeter. Dichtere rijafstanden zorgen voor een snelle bodembedekking waardoor onkruiden minder kans krijgen.  Aan het eind van de teelt valt er vaak meeldauw in het blad waardoor dit afsterft. Gevolg is dat onkruiden alsnog kunnen gaan kiemen. Onderzaai met grassen, Perzische klaver of witte klaver lijkt goed mogelijk om dit probleem te ondervangen. Er zijn nog geen onkruidmiddelen beschikbaar.
Oogsten gaat met een maaidorser waarbij de instellingen van de machine redelijk gelijk zijn aan koolzaad. Het oogsten met een maaidorser die de pluimen van de planten ‘afstript’ lijkt perspectiefvol. Enkel de pluimen gaan door de machine. Zaaduitval tijdens het dorsen is een gevaar.

Een teeltsaldo van quinoa is vooralsnog moeilijk te geven. De opbrengsten van het gewas kunnen uiteenlopen 1,5 tot waarschijnlijk 4,5 ton per hectare. Aan het eind kan een deel van de oogst nog uit de pluimen vallen waardoor er hoge veldverliezen optreden. Bovendien kan ook schot kan aan het eind nog voor verliezen zorgen.
Christoffel den Herder, DLV Plant
 

Teelt in de praktijk 2014

Afgelopen jaar is met DLV Plant en Dutch Quinoa Group (DQG) voorzichtig een start gemaakt met de teelt van de Nederlandse quinoa-rassen. Dit gebeurde op zowel gangbare als biologische bedrijven. Het doel is om telers gelegenheid te geven kennis te maken met het gewas en bovendien te kijken hoeveel oogst het gewas kan geven op verschillende plaatsen en grondsoorten in het land.  Daarnaast is op diverse PPO-locaties onderzoek gedaan naar de teelt van quinoa en diverse mogelijkheden in de teelt. Op PPO Lelystad is de biologische teelt van quinoa neergelegd met medefinanciering vanuit het Noord Hollandse Agrivizier in samenwerking met DLV Plant. Hier is dit jaar met name gekeken of er voor de biologische teelt mogelijkheden zijn om quinoa onder te zaaien zodat veronkruiding tijdens de teelt voorkomen kan worden.
Er is onder andere gezaaid met Perzische klaver, witte klaver en rietzwenkgras. Vooral de witte klaver was tijdens de teelt erg goed ontwikkeld, waarbij het gewas de bodem goed bedekte. De Perzische klaver was te weinig in de breedte gegroeid om de bodem te bedekken, maar de ontwikkeling van het gewas was goed. Rietzwenkgras was te laat gezaaid om voldoende massa te maken om te bedekken. 

De praktijkpercelen op diverse locaties geven een wisselend beeld. Vooral de quinoa die op goede percelen stond met een goede structuur hebben een goede indruk gegeven van de teeltmogelijkheden. Zaai, opkomst, en groeiverloop lijken te passen in het Nederlandse klimaat. Echter, de lange en onregelmatige afrijping van het gewas lijken wel een teeltrisico in de teelt. Opbrengsten van het seizoen zijn nog niet vooralsnog nog niet bekend, de eerste indrukken tijdens de oogst waren echter redelijk, zeker gezien de moeilijke omstandigheden tijdens het afgelopen teeltseizoen.
 
alternatieve tekst voor foto

 

Plaats een reactie