19
Mei
Teler John Kuijper over duurzame bestrijding perenbladvlo

Schimmels en vlooien bedreigen appels en peren. Ter bestrijding zetten fruitkwekers oorwormen in.

Oorwormen. Fruitteler John Kuijper in Wijdenes is er dol op. Hij biedt ze een gespreid bedje onder zijn perenbomen. Reden om een rijke voedingsbodem te creëren tussen de stammetjes. Daar zitten de glanzende bodemdiertjes nu nog verstopt en leggen ze eitjes. Weldra komen de larven uit en gaan ze op zoek naar voedsel.  Buitenstaanders gruwen bij de gedachte aan de voelsprieten en die gepantserde rug van schubben die aan de achterkant eindigt in twee tangvormige haken. Oorwormen danken hun naam aan het aloude volksverhaal dat ze bij mensen in de oren zouden kruipen.

Perenbladvlo

Bij fruittelers echter kruipen ze vanuit de bodem langs de stam omhoog, op zoek naar voedsel; de perenbladvlo. Die staat hoog op de menulijst bij de oorworm. De Forficula auricularia, zoals zijn Latijnse benaming luidt, profileert zich steeds nadrukkelijker als biologische bondgenoot in de bestrijding van vlooien en luizen. Daardoor kunnen fruittelers met minder chemische middelen toe en dat past uitstekend bij de milieuvriendelijke opzet en verduurzaming van de fruitsector. Kuijper (53) kan zich daarin goed vinden: ,,Vroeger moest alles dood en grepen de telers veel vaker naar chemische middelen. Geukkig zijn we ons nu meer bewust van de gevolgen voor het milieu.’’ Kuijper is een van de negen fruitkwekers die meedoen aan een driejarige proef onder de naam EVERGREEN, mede opgezet door GreenPort Noord-Holland Noord. Daarin participeren Wageningen Plant Research, de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) en Fruitconsult. Het doel is de voedselvoorziening voor jonge oorwormen verbeteren teneinde die maximaal in te zetten bij het biologisch bestrijden van de perenbladvlo. Daarnaast kijken de fruittelers of ze de perenbomen minder geschikt kunnen maken voor de perenbladvlo door minder meststof te gebruiken.

Duurzaam telen 

Hoewel Kuijper die gedachte onderschrijft, schetst hij ook het eeuwige dilemma van de sector. ,,Consumenten willen een puntgave peer, zonder vlekjes erop. Zodra er bruinzwarte verruwing op de vrucht verschijnt, is die waardeloos voor de markt want die willen ze niet. Maar om een goed product voor een lage prijs te bereiken, moet er wel wat gebeuren. Alles moet tegenwoordig duurzaam geteeld worden en het moet ook nog eens goedkoop zijn. Daar zit een spanningsveld.’’ Waarmee Kuijper overigens niet pleit voor de snelle methode van chemische bestrijding. ,,Integendeel. Want geen enkele fruitkweker grijpt graag naar de spuit. Enerzijds omdat middelen ontzettend duur zijn en anderzijds omdat het ook geen oplossing voor de lange termijn is. ''Kuijper behoort in de sector tot de spreekwoordelijke voorhoede die belang hecht aan proeven als deze. Hij pakt er vakliteratuur bij en toont illustraties van de schadelijke perenbladvlo die met zijn honingdauwafscheiding enkele vruchten heeft 'bezoedeld'. ,,Perenbladvlo vormt een serieuze aantasting van de vrucht. Ook na de oogst kunnen ze nog schade aanrichten, namelijk als de vlooien aan de bloemknoppen zuigen. Deze lopen in het volgend voorjaar niet uit en dat gaat dan weer ten koste van de volgende oogst. Daardoor kan de gehele boom zelfs uit balans raken.’’ Reden om serieus in te zetten op biologische bestrijding. Essentieel is een goede bodemstructuur onder de fruitbomen die nestruimte biedt aan de oorworm.

Doyennes

Zijn fruitbomen ogen nog kaal. Desondanks gebeurt er volop want de eerste 'verdikkingen' op steeltjes verraden de komst van Conferences en Doyennes. Op zijn website predikt Kuijper duurzaamheid. ‘Met roofmijten kun je spint en roestmijten in de appelteelt vrijwel volledig bestrijden. Omdat de levenscyclus van de roofmijt en de fruitspint bijna gelijk lopen, zal er bijna nooit schade ontstaan. De roofwants en de oorwormen doen goed werk bij peren ter bestrijding van de perenbladvlo', doceert hij.

FOTO:  Henk de Weerd. Ondertitel:  Perenteler John Kuijper in Wijdenes bestudeert zijn fruitbomen. ,,Vroeger moest alles dood, gelukkig denken we daar anders over.’’
ARTIKEL: Noord-Hollands Dagblad 19 mei 2017. Coen van de Luytgaarden

Plaats een reactie