12
Aug
Tweede monitorproef bewaarcondities Calla verloopt voorspoedig

Calla

In 2013 is vanuit Agrivizier gestart met het cluster Calla. Hierin werken Noord-Hollandse ondernemers samen met de WUR en het Clusius College Plantenteelt aan het ideale teeltprotocol. De telers willen meer teelttechnische kennis over het product zodat ze eerder in staat zijn om de gewenste constante kwaliteit te leveren.

Ze benoemen vraagstukken, vergaren kennis en ontwikkelen om gezamenlijk een sterkte ketenpartij te creëren. Op die manier doen alle telers hetzelfde zowel op het gebied van teelt, bewaring als transport. Er liggen grote kansen voor afzet van Calla knollen naar grote landen als China. Het leveren van een constante kwaliteit is dan erg belangrijk. In oktober 2014 zijn de eerste onderzoeksresultaten gepresenteerd aan de ondernemersgroep. Daarna hebben de ondernemers de wens geuit om een herhalingsproef uit te voeren.

Daarom is in 2015 gestart met een tweede proef bewaarcondities Calla, eveneens een samenwerking tussen de telersgroep Kapiteyn, de WUR/PPO en het Clusius College is in volle gang. Vorig jaar bestond de telersgroep nog uit zes bedrijven en deze is dit jaar uitgebreid naar acht. De gezamenlijke doelstelling van de drie partijen is dit jaar nog verder uit te diepen welke bewaarcondities van de Zantedeschiaknollen van invloed zijn op de uiteindelijk bloemproductie.

“De sleutel van bewaring ligt in de eerste periode van het droogtraject”

De begeleiding van de twee studenten Plantenteelt tijdens de tweede proef bewaarcondities Calla geschiedt door Bas Groenendijk van Kapiteyn en Martin van Dam van WUR. Groenendijk is helder over de doelstelling van de proef: “Ons gezamenlijke doel is het verhogen van de standaard. Wij willen een uniforme topkwaliteit knol afleveren bij de broeiers. Om de kwaliteit te monitoren, hebben twee studenten Plantenteelt in een proefopstelling zo’n 40 knollen per kweker geplant in de kas. Voordat de knollen geplant werden, hebben zij alle knollen gemeten en gewogen. Inmiddels zijn zij bezig met de pluk en wordt de bloemopbrengst in een database bijgehouden.”

Monitorproef 

De proefpartij waar de studenten mee werken, komen bij één kweker vandaan. Hoewel ook het groeiseizoen en het tijdstip van rooien van invloed lijken te zijn, zit de variatie in de monitorproef door de studenten hem met name in de bewaarcondities zoals deze daarvoor bij de acht telers plaats hebben gevonden, aldus Bas Groenendijk: “Daar discussiëren wij vervolgens onderling met alle partijen over om tot een beter eindproduct te komen. De ene teler houdt hem een week op 20 ℃ en de andere anderhalve week. Weer iemand anders houdt voor een langere periode 18 tot 19 ℃ aan. Inmiddels hebben we het vermoeden dat de sleutel van bewaring in de eerste periode van het droogtraject ligt.”

Ook de relatieve luchtvochtigheid tijdens het droogproces van de knol telt”

Martin van Dam begeleidt de studenten met name in de opzet van het onderzoek en de beschrijving ervan. Zij kunnen niet zomaar aan de slag want de analyse van de statistieken is best complex, aldus de onderzoeker van PPO Lisse: “De praktijkproef zoals wij die hier uitvoeren is per definitie lastig omdat we hier met minder grote afwijkingen werken. In een echte laboratoriumproef zoek je meer de grenzen op en neem je meer risico’s in bijvoorbeeld de bewaartemperatuur. In ieder geval kunnen we de resultaten van dit jaar straks vergelijken met die van afgelopen jaar. Naast het belang van de bewaartemperatuur kijken we nu ook naar de relatieve luchtvochtigheid tijdens het droogproces van de knol.”

Verzolen

De knol verdampt en verademt tijdens de bewaring en raakt daardoor vocht en voedingsstoffen kwijt, aldus Martin van Dam: “De verademing is bij een hogere temperatuur actiever. De knol beschermt zichzelf tegen uitdroging door de vorming van een kurkachtige schil. Soms gebeurt dit verkurken te sterk, daarbij wordt de onderkant van de knol harder. Dit zogeheten verzolen nemen wij eveneens mee als variabele in ons onderzoek. Voor de Clusiusstudenten is dit werk vaak van een heel andere aanpak dan zij van huis uit gewend zijn. Ze moeten meer waarnemen en erg secuur werken. Op deze manier hoop ik de interesse voor het doen van onderzoek bij hen op te wekken. In oktober weten we wat het resultaat van alle inspanningen is.”

alternatieve tekst voor foto

Plaats een reactie