26
Aug
Na vijftien jaar experimenteren popelt ‘ziekzoekrobot’ om aan de slag te gaan

ziekzoekrobot

Virussen zijn in de tulpenteelt een groot probleem. Zieke planten kosten opbrengst en vormen een bedreiging voor het gezonde gewas, dus verwijdering is noodzakelijk. Maar het opsporen en verwijderen ervan is een voor de mens tijdrovende en foutgevoelige klus. Zou een robot dat werk niet kunnen overnemen?

Kwekers van tulpenbollen, een belangrijk exportproduct, hebben vooral last van het zogenoemde tulpenmozaïekvirus. De tulpenplant wordt er ziek van. De symptomen verschillen per tulpensoort, maar één van de kenmerken van zieke planten zijn strepen op het blad. Meestal gaat het om minieme kenmerken, en het vergt dan ook een zeer geoefend oog om zieke planten te herkennen. Verwijdering van deze planten is nodig om de kwaliteit van het gewas goed te houden en te voorkomen dat bladluizen het virus overbrengen op de gezonde planten. Uiteraard zetten bollenkwekers bestrijdingsmiddelen tegen bladluis in, maar dat alleen is niet voldoende. Ook het opsporen en verwijderen van zieke planten blijft nodig. Dat zou het werk kunnen zijn van de ‘ziekzoeker’.

Ondernemersvraag

Rob van Mechelen heeft namens een aantal telers uit Noord-Holland gevraagd om eens te kijken wat er moet gebeuren om een stapje verder te komen met de Ziekzoeker. Er is al veel onderzoek naar gedaan en het is theoretisch ook mogelijk maar de hoge investeringen zijn een onoverwonnen drempel. Reden voor Agrivizier om onderwijs, ondernemers en kennisinstellingen met elkaar te verbinden en te zoeken naar de mogelijkheden.
 

Licht

Het opsporen van zieke planten is een kwestie van het tulpenveld ingaan en je ogen goed de kost geven. Daar herkent de gemiddelde ziekzoeker ongeveer de helft van de zieke planten. De andere helft ziet hij dus over het hoofd. In de praktijk betekent dit dat het ziekzoeken vaak meerdere keren herhaald moet worden. Maar door tijdgebrek is dat moeilijk realiseerbaar.
Rond de eeuwwisseling vroeg een Egmondse kweker zich af of het mogelijk zou zijn het erg arbeidsintensieve ziekzoeken te automatiseren. Sindsdien zijn er allerlei experimenten uitgevoerd. Al bij de eerste proefnemingen bleek dat het soort en de hoeveelheid licht een belangrijke rol speelt bij de herkenning van zieke planten. Bij bewolkt weer boekt de ziekzoeker betere resultaten, wat vroeger aanleiding was om op zonnige dagen een paraplu te gebruiken. Eén van de experimenten betrof het bouwen van een dichte kar met verlichting in de nok, waarmee over het tulpenveld werd gereden. Door verschillende soorten lampen van uiteenlopende sterktes te gebruiken, werd getest of dit de vindbaarheid van zieke planten vergrootte. Deze belichtingsexperimenten, waarbij zelfs Philips werd betrokken, bleken uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat te leiden.
Toen in 2004 de Universiteit Wageningen aan het project ging deelnemen, was het idee om een speciale camera te ontwikkelen die zieke planten zou kunnen herkennen. “Het idee was goed”, blikt projectleider Ton Baltissen van Wageningen UR terug, “maar om met een zeer gecompliceerde en peperdure camera een robot te bouwen, zou een miljoeneninvestering vergen. Dat was financieel niet haalbaar.”
 

Infraroodcamera

Daarmee was het idee van een camera overigens niet meteen van tafel. Baltissen: “Je zou toch denken: wat mensenogen zien, moet een gewone camera toch ook kunnen waarnemen? Zo simpel was het echter niet. Om de camera te leren het plantenblad van de grond te onderscheiden, bleek een infraroodcamera noodzakelijk. Die kostte inclusief toebehoren in 2005 ongeveer € 45.000; veel te duur voor grootschalige toepassing.” Waardoor het project opnieuw in de ijskast belandde.
Intussen daalden de prijzen van de gewenste camera’s spectaculair, zelfs tot beneden de tweeduizend euro. Reden genoeg om het project in 2008 weer op te pakken. Sindsdien is er volop geëxperimenteerd met de cameratechniek op speciaal aangelegde testvelden. De resultaten werden door de jaren heen steeds beter. Zelfs zo goed dat de ziekzoekrobot het op mocht nemen tegen twee medewerkers van de Bloembollen Keurings Dienst. Wat bleek: de robot herkende zestig procent van de zieke planten, net zoveel als de professionele bollenkeurders. Experiment geslaagd dus, zou je denken. “Dat is natuurlijk wel zo”, beaamt Baltissen, “maar daarmee zijn we er nog niet. Om het huidige systeem daadwerkelijk in productie te kunnen nemen, is een investering van tonnen nodig. Daarom worden nu gesprekken gevoerd met verschillende commerciële partijen die mogelijk geïnteresseerd zijn.  De interesse van deze bedrijven is gegroeid nadat een proefneming met de opsporing van zieke hyacintenplanten succesvol is verlopen. Als ook een test met pootaardappelen het gewenste resultaat geeft, zal dat ongetwijfeld een flinke duw in de rug zijn voor de kansen van de ziekzoekrobot. “Of die uiteindelijk in staat zal zijn om net als de ziekzoeker zelfstandig zieke planten te herkennen en te verwijderen is voor mij nog de vraag”, zegt Baltissen. “Maar dat de robot er komt, daar ben ik van overtuigd. We kijken ook naar een bredere inzetbaarheid. We onderzoeken nu of de robot ook voor andere doeleinden gebruikt kan worden zodat de investeringen wellicht makkelijker terug te verdienen zijn. Ziekzoeken is dan wellicht niet de hoofdfunctie van de robot maar wel een hele fijne bijkomstigheid met een grote toegevoegde waarde voor de ondernemers. Ook in de aardappelsector zijn we nu met een traject gestart. Als er overeenkomsten zijn kan een ziekzoeker misschien wel voor meerdere gewassen ingezet worden”. 

Plaats een reactie