Smart Farming is sterk in opkomst. Er komen steeds meer hoogwaardige sensoren beschikbaar in de sector. Ook dataopslagmogelijkheden breiden zich uit, terwijl de toename van rekenkracht zich vertaalt in algoritmes en veelbelovende ontwikkelingen op het gebied van o.a. precisielandbouw. Cruciaal is de beschikbaarheid van data van onder andere omgeving, bodem en gewas. In verschillende projecten is de kracht van datagestuurde teelthandelingen aangetoond. Voor veel boeren en tuinders is het verzamelen en het gebruik van data echter nog onbekend terrein.
Gebrek aan kennis en ervaring zorgen ervoor dat agrarische ondernemers het potentieel van data onvoldoende benutten. Samenwerking tussen agrarische ondernemers, overheid, onderzoek en onderwijs is nodig om de sector verder te helpen. Voor succesvolle toepassing van data in de agribusiness is het daarnaast belangrijk dat de randvoorwaarden voor data uitwisseling helder zijn. Hiervoor heeft BO Akkerbouw een gedragscode opgesteld.
Doel van dit project is om op basis van een inventarisatie van kansen en belemmeringen een plan te ontwikkelen dat de sector verder kan helpen met datatoepassingen. De focus ligt hierbij op het vaststellen van een aantal concrete situaties waar de inzet van data gewenst is, waarbij het streven is deze later een plek te geven in een Fieldlab Data in Agri.











Het project start met een desk study om de huidige status in kaart te brengen en inzicht te krijgen in mogelijke kansen en belemmeringen. Die zullen worden getoetst en aangevuld in zes interviews met regionale sleutelpersonen in de sector. De te interviewen sleutelpersonen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de agrifood keten en het onderwijs. De bevindingen worden gepresenteerd aan vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Tevens wordt een plan van aanpak opgesteld voor een Fieldlab Data in Agri (of een andere concrete vorm) waarmee datatoepassing kan worden gestimuleerd.
De looptijd van het project is zes maanden. Naar verwachting worden de resultaten half 2025 opgeleverd, waarna een besluit kan worden genomen over de wijze van voorzetting.

Naar aanleiding van gesprekken met tientallen agrarisch ondernemers, ketenpartijen, kennisinstellingen en andere betrokkenenondernemers, is een eindrapport opgeleverd dat inzicht geeft in de mogelijkheden en obstakels voor toepassing van data in agrifood in onze regio. De belangrijkste conclusies zijn dat gerichte focus op urgente use cases, betere organisatie en borging van data, en structurele kennisontwikkeling noodzakelijk zijn om impact te realiseren. Het rapport adviseert om aan te sluiten bij bestaande regionale netwerken en programma’s en om parallel te werken aan praktische toepassingen én ondersteunende, regisserende functies.
Voor een volledige onderbouwing, de uitgewerkte aanbevelingen en mogelijke vervolgstappen: lees het volledige eindrapport, dat hieronder als download beschikbaar is.
>Lees ook het artikel over het afsluitende rondetafelgesprek.
