Bodem

Streven naar een natuurlijk evenwicht in de bollenteelt

In Fieldlab Bol zoekt een koplopergroep van dertien bollentelers in het Noordelijk zandgebied naar duurzame oplossingen voor de bollenteelt. Wat onderzoeken ze? Wat zijn hun verwachtingen? En waar lopen ze zoal tegenaan? In een vijfdelige serie leggen de telers uit waar ze mee bezig zijn. In deze aflevering staat het thema biodiversiteit centraal.

Op zijn eigen bedrijf Huiberts Biologische Bloembollen doet John Huiberts al ruim tien jaar ervaring op met de biologische teelt van bolgewassen. Biodiversiteit is een onmisbare bouwsteen voor duurzame bollenteelt, weet John. Maar wat moeten we eigenlijk verstaan we onder biodiversiteit? “Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid van planten, dieren en micro-organismen, zowel boven als onder de grond. In het algemeen geldt: hoe groter de diversiteit, hoe stabieler het geheel. In tegenstelling tot monocultuur: grote percelen met dezelfde gewassen, wat aantrekkelijk is voor plagen. Diversiteit zorgt dat je zaken in evenwicht brengt. Dat het land ook plaats biedt aan de natuurlijke vijanden, zodat je minder chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebt.”

Bloeiende akkerranden

Een voorbeeld van hoe biodiversiteit kan helpen om evenwicht te herstellen, is de bestrijding van de bladluis. Huiberts legt uit: “Bladluis wordt aangetrokken door nitraat in het gewas. Wil je overlast door bladluis verminderen, dan is het dus verstandig om minder nitraat toe te voegen. Maar juist door gebruik van kunstmest krijg je een nitraatrijk gewas. Een goed biologisch alternatief voor kunstmest is gier dat wordt gemaakt van brandnetels. Alleen, het lastige is dat we de bollen willen besproeien in april, terwijl brandnetels pas eind mei op hun sterkst zijn. Binnen Fieldlab Bol onderzoeken we nu of het mogelijk is om de brandneteloogst te fermenteren voor het jaar erop.

“Daarnaast proberen we om de natuurlijke vijanden van de bladluizen aan te trekken. Langs een groot deel van onze percelen hebben we om die reden bloeiende akkerranden ingezaaid, waar die natuurlijke vijanden zich goed kunnen ontwikkelen. Nectar en stuifmeel uit de bloemen zijn een belangrijke voedselbron voor bijen en andere insecten. Voorwaarde is wel dat je de akkerranden in de winter niet maait. Je moet de beestjes de kans geven om te overleven.”

Heggenlandschap als alternatief

Nico Blokker (Blokker bloembollen, Sint Maartensvlotbrug) doet op zijn percelen onderzoek naar het effect van bloeiende akkerranden. “Het probleem waarmee we in de bollenteelt hebben te maken, is dat de akkerranden pas bloeien als de bollen al klaar zijn. Maar het is een mooie aankleding van de percelen en trekt allerlei insecten aan, zoals bijen, hommels, sluipwespen en vlinders. Daarbij levert het ook positieve reacties op van voorbijgangers en omwonenden.”

Robin van Haaster: “We willen dit najaar een haagstrook planten en wellicht kan dit in de toekomst uitgroeien tot een soort heggenlandschap.”

Als oplossing voor de niet overeenkomende bloeiperiodes van akkerranden en tulpenvelden, onderzoekt Robin van Haaster (W.W. van Haaster en Zn, Breezand) of het aanplanten van hagen langs zijn akkers een goed alternatief is. “We willen dit najaar een strook planten en wellicht kan dit in de toekomst uitgroeien tot een soort heggenlandschap. Samen met Rob Brekelmans van Fieldlab Bol ben ik aan het kijken welke soort haag het beste geschikt is. De hagen moeten aantrekkelijk zijn voor de natuurlijke vijanden van ziekten en plagen om zich in te huizen en moeten tegen de wind kunnen. Maar ze moeten ook praktisch te snoeien zijn en niet te hoog worden, zodat ik wel bij sloten en bermen kan. Ik zou het echt supergaaf vinden als dat lukt, ook voor het landschap.”

Vitaal bodemleven

Een essentieel onderdeel van biodiversiteit is een vitaal bodemleven. Huibers: ‘De weerstand in de bodem is dan optimaal en ziekten en plagen krijgen minder kans. Ons streven is om zo snel mogelijk na de oogst van de bollen het land in te zaaien met een mengsel van groenbemesters. Dit zijn planten die de vruchtbaarheid van de bodem ten goede komen. Je voorkomt uitspoeling van nutriënten, legt koolstof vast en verbetert de bodemstructuur, terwijl je ook nog eens bijdraagt aan vergroening en biodiversiteit. Via hun wortels geven die planten stoffen af die een voedselbron zijn voor het microleven in de grond. Zo ontstaat een samenwerking tussen goede schimmels en planten. Als deze mycorrhizaschimmels zich kunnen ontwikkelen, vormen zij netwerken die de plant ondersteunen en beschermen.

John Huiberts: “Elke plantensoort geeft weer andere stoffen af, elk met zijn eigen positieve eigenschappen.”

Een gevarieerd gewas zorgt voor een divers worstelgestel en een rijkere bodem. Huiberts: “Elke plantensoort geeft weer andere stoffen af, elk met zijn eigen positieve eigenschappen. Wij gebruiken daarom een mengsel van elf verschillende soorten groenbemesters. Hierin zitten bijvoorbeeld graansoorten die zorgen voor een diepere beworteling, wat een goede bodemstructuur oplevert. Verder bevat het mengsel verschillende vlinderbloemigen die stikstof uit de lucht vastleggen en verschillende kruisbloemigen, die schadelijke aaltjes tegengaan.”

Als extra gewas teelt Huiberts een mengsel van veldbonen of velderwten gemengd met graan. Dit legt stikstof vast in de bodem voor de tulpen. “De bonen en erwten verkopen we aan een biologisch melkveehouder van wie wij weer vaste stalmest kopen, terwijl we van het gewas van de bonen en graan onze eigen bokashi maken, die we over ons land verspreiden als voedingsstof en mulch. Een deel van de bonen gebruiken we onze eigen plantversterker te maken.”

Ecoploegen

Ook ploegen is van invloed op de bodemvitaliteit en maakt dus ook deel uit van het onderzoek. “Als je ploegt, verbreek je de schimmeldraden en verstoor je het bodemleven,” legt Robin van Haaster uit. Hij doet op zijn land nu voor het tweede jaar een proef met minder diep ploegen. “Voorheen ploegden we de grond om tot 38 cm diep. Nu doen we dat tot 32 cm diepte. En ik trek de grond alleen los, dus keer de grond niet. Op die manier houd je meer bodemleven over. Ik moet de bollen nog oogsten van het tweede jaar, maar ik heb er een goed gevoel over. Tenzij ik andere inzichten krijg, ga ik hiermee verder. Daarnaast doen we een proef op redelijk grote schaal met het zogeheten ecoploegen. Op hoeken van het land ploegen we met een aparte ploeg tot slechts 18 cm diepte.”

Nico Blokker: “We zitten pas in de beginfase, maar het blijkt nu al dat onze narcissen meer kalium bevatten dan gangbare bollen.”

In het systeem dat Nico Blokker op zijn bedrijf hanteert, past ecoploegen minder goed. In plaats daarvan onderzoekt hij wat het resultaat is van het planten van bollen in de bovengrond tussen groenbemesters en compost. “Wij ploegen dan de grond in de zomer en zaaien op bedden met groenbemestermix. Vervolgens strooien we compost erover. Een paar weken voor het planten kneuzen en mulchen we de groenbemester. We planten de bollen dan met de gewone pijpenplanter. Onderzoekers van het Fieldlab Bol monitoren elke twee weken de kwaliteit van de bollen. We zitten pas in de beginfase, maar het blijkt nu al dat onze narcissen meer kalium bevatten dan gangbare bollen.”

Tien proeven tegelijkertijd

De proeven vinden voor een groot deel plaats op percelen van John Huiberts. De reden is, legt hij uit, dat het gemiddeld vijf jaar duurt voordat het bodemleven op orde is. “Geen teler kan zo lang wachten. Daarom stellen we onze grond ter beschikking. De telers vergelijken de opbrengst van alternatieve teeltmethodes met die op hun eigen land. Omdat je met tien telers gelijktijdig tien proeven kunt doen, bereiken we in korte tijd veel resultaat. Dat is maar goed ook, want er leven veel vragen. Hoe maak ik van een groenbemester een bouwsteen van weerbaar telen? Hoe is de interactie tussen de groenbemester en de bodembiologie en bodemstructuur? Hoe voorkom ik dat ziekten en plagen zich vermeerderen? Daar hopen we de komende tijd antwoord op te krijgen.”

Soms lukt iets niet. Robin van Haaster had bijvoorbeeld hoge verwachtingen van het inzaaien van witte klaver tussen de gewassen voor een lagere onkruiddruk. Dat is helaas mislukt, maar ook dat hoort erbij. Nu is hij bezig met een proef waarbij er geen stro meer wordt gebruikt om de ingeplante bollen te beschermen tegen vorst. Na het planten van de bollen zaait hij winterrogge op het plantbed, dat uitgroeit tot een winterdek. Dit zorgt voor minder onkruid, doordat de rogge een stofje uitscheidt dat de kiemkracht van onkruid verlaagt en er minder licht in de bodem komt.

“Weet je wat het gekke is”, vraagt Van Haaster: “Als ik drie jaar geleden over mijn land liep en ik zag onkruid tussen mijn bollen, dacht ik: ‘Wat ziet dit veld er slordig uit’. Loop ik nu over een perceel en ik zie dat er wat onkruid tussen staat, dan vind ik dat niet direct een groot probleem meer. Ook in mijn hoofd is dus een verandering gaande.”

Succes van het Fieldlab Bol

De telers zijn blij met de kennis die ze opdoen in Fieldlab Bol. “Het fijne van het Fieldlab is dat we met gelijkgestemden zijn,” zegt Nico Blokker: “Je durft eerder wat te proberen op grotere schaal. En ook belangrijk: het voorkomt dat je tijd en geld investeert in proeven, waarvan een ander al weet dat die niet werken. Samen komen we verder. En dat is maar goed ook, want zoveel tijd hebben we niet meer als sector om af te stappen van chemische bestrijdingsmiddelen.”

Vertify

Meer nieuws

Werken en leren

Campagne Groene Kracht Vooruit van start

De campagne Groene Kracht Vooruit richt zich op politici en beleidsmakers en is een samenwerking van acht sectorpartijen: Bloemenbureau Holland, Federatie Vruchtgroente Organisaties, Glastuinbouw Nederland, GroentenFruit Huis, Greenports Nederland, Plantum,...

Werken en leren

Nieuw arbeidsmarktplatform en campagne Beter Uitzicht moet werknemers naar de sector trekken

Beter Uitzicht enthousiasmeert werknemers om de overstap te maken naar de land- en tuinbouw. Het nieuwe arbeidsmarkplatform ging deze week live. Werkgevers kunnen hier gratis vacatures plaatsen.