Greenportret: Jeroen Noot

3 september 2020
Jeroen Noot - programma manager Greenport

Greenport Noord-Holland Noord heeft het drukker dan ooit, al zijn er zo goed als geen kennisbijeenkomsten. Het verbinden van de agrarische sector, onderwijs en overheid vergt juist daardoor nog meer inspanning van programmamanager Jeroen Noot en zijn team. Vlak voor het uitbreken van de coronacrisis paste het platform de strategie aan. Is er haast? Noot: “Soms word ik wel eens zenuwachtig. Feit is dat er meer inzet nodig is.”


Bron: Greenity, auteur: Hans van der Lee


Het klinkt als een cliché: de sector staat onder druk. Toch is het zo, want 2030 is ook voor Greenport een belangrijke deadline. Hebt u haast?

“Er verandert veel in de aanloop naar 2030. Wat de bloembollenteelt betreft delen we de visie Vitale Teelt 2030 van de KAVB. Bedrijven moeten en willen innoveren om duurzamer en economische rendabel te werken, maar daarbij hebben ze de overheid nodig. Als Greenport NHN weten we als geen ander dat het tempo van het bedrijfsleven anders is dan dat van de overheid. We kijken als Greenport verder dan alleen de bollen en we zien dat het tempoverschil in alle sectoren speelt. Soms word ik wel eens zenuwachtig; er is meer inzet nodig om de doelen te halen.”

Hoe willen jullie dat klaarspelen?

“Greenport NHN bestaat maar uit 2,9 fte, maar we zijn wel in staat om mensen, kennis en middelen bij elkaar te brengen. Centraal in onze nieuwe strategische visie staat dat we streven naar een toekomstbestendige agribusiness. Enerzijds is imago en positie voor de agrarische sector zelf belangrijk, maar voor de provincie en de gemeenten is een sterke agrarische sector ook van belang. Mensen en middelen komen zo wel bij elkaar. Ondertussen proberen wij het netwerk uit te breiden met andere belanghebbenden dan ondernemers, overheid en onderwijs, zoals het waterschap. Ook voeren we intensiever overleg met de andere Greenports en hebben we de banden Europees aangetrokken via Greenport Holland. Uit Europa komen nu eenmaal de meeste besluiten, die impact hebben op het bedrijf. De kunst is om altijd in gesprek te blijven met elkaar, om te kijken waar de gezamenlijkheid zit. Dan moet je soms water bij de wijn doen, je kunt niet altijd je zin krijgen.”

Hoe ziet de nabije toekomst er uit, in de Greenport-visie?

“We zien een belangrijke rol voor ‘smart farming’ in alle agrarische sectoren en sectoren zitten wat ons betreft niet in een hokje. We kunnen leren van elkaar en daarom proberen we ontwikkelingen uit de ene sector te vertalen naar de andere. Met name bij smart farming zijn dat soort verbanden tussen de vollegrondsgroente, bloembollen en akkerbouw duidelijk. Voor die sectoren en voor de veehouderij staat omgaan met de klimaatverandering ook hoog op de agenda, dus dat maakt deel uit van onze strategie.

Ook de arbeidsmarkt moet toekomstbestendiger en dat gaat verder dan goede huisvesting voor seizoenarbeiders. Er is een sterke samenhang met het imago van de agrarische sector, dat sterker moet worden. Ook de werkgevers kunnen nog een slag maken, want als we arbeidsmigranten willen stimuleren te blijven komen moet duidelijk zijn dat we ze waarderen. Dat gaat nog niet overal goed.

Als we naar economie en duurzaamheid kijken, zien we veel innovatiedrang bij ondernemers in zowel bedrijfsvoering als techniek. Er ligt zoals gezegd ook een belangrijke rol voor de overheid, vooral bij de vraag hoe we met de ruimte omgaan. Een goed ruimtelijke ordeningsbeleid is onmisbaar en dat speelt ons wel eens parten. Toen een tuinbouwbedrijf aangaf een innovatieve teelttechniek te willen proberen, was de gemeente daar nog niet klaar voor. Er was dus geen ruimte voor innovatie en die is wel nodig. Bedrijven zien er vanaf 2030, 2040 heel anders uit.

De regels en de markt voor gewasbeschermingsmiddelen veranderen ook snel en ook daar is dus veel kennis en onderzoek nodig. Een grote hobbel die we daar snel voor moeten nemen, is de uitwisseling van die kennis. Een mooi voorbeeld is Vollegrondsgroentenet in de tuinbouw en ook de telers van NLG Holland zijn goed voorbeeld. We zoeken de samenwerking tussen middelenproducenten, de adviseurs en onderzoekers en de telers. In dat licht is het verschrikkelijk jammer dat praktijknetwerk Veldleeuwerik voor de akkerbouw verloren ging.”

Een goed imago van de sector is cruciaal om iets voor elkaar te krijgen

Mist Greenport het collectieve gevoel in de sectoren?

“Soms is het lastig ondernemers te vinden voor projecten, omdat het tijd en geld kost om daar aan deel te nemen zonder dat duidelijk is of het iets oplevert. Subsidie is mooi en in het beste geval is ook een deel van de subsidie bestemd voor de deelnemende ondernemers, maar lang niet altijd. Belangrijke voorwaarde voor die subsidie is openheid, het delen en publiceren van de kennis. Daardoor bestaat het idee dat het je niet vooruit helpt ten opzichte van de concurrentie, maar dat is niet zo. Je hoeft niet altijd alles te delen en omdat het onderzoek op jouw bedrijf plaatsvindt, leer je daar ook heel veel van. Dat geeft juist wel een voorsprong.”

Kan Jeroen Noot die collectiviteit met Greenport terugbrengen?

“Dat denk ik wel en we doen onze uiterste best om draagvlak te maken, partijen bij elkaar te brengen. We spreken de taal van de ondernemers en van de overheden en dat maakt het makkelijker. Greenport NHN steunt gelukkig op een aantal belangrijke partners, maar de coronacrisis vertraagde wel een aantal zaken. Dat is jammer. We moeten juist door, net als ondernemers doorgaan met ondernemen. Er is nog zoveel te doen om alles voor elkaar te krijgen. Een geweldige uitdaging.”

Bron: Greenity, auteur: Hans van der Lee