Nieuwe ontvochtigingstechnieken binnen 3 jaar op de markt

17 november 2015
climate converter

Elke kweker streeft naar een homogeen kasklimaat; voor een maximale teeltopbrengst, verminderd risico op ziekte, minimaal energiegebruik en daarmee minimale energiekosten. In de praktijk kent de realisatie van een homogeen kasklimaat nog wel vele uitdagingen. Buitenluchtaanzuiging, luchtslurven, sensornetwerken, verticale ventilatie, allemaal technieken die een homogeen kasklimaat zouden moeten opleveren, maar dit niet altijd doen. AgriVizier heeft zich het afgelopen jaar via het Technologie Cluster ‘Ontvochtigingstechnieken’  met diverse partners verdiept in die uitdagingen voor de tuinbouwsector.

Nederland kent 9000 ha kassen. Energie is na arbeid de grootste kostenpost voor de tuinder. Het nieuwe telen is een goede manier om energie te besparen in de glastuinbouw. “Key issue is om vochtiger te telen, maar wel te voorkomen dat condensatie op het gewas optreedt vanwege ziektedruk. Dat vraagt om nieuwe energie-efficiënte ontvochtigingstechnieken als alternatief voor het ‘stoken met de ramen open’” aldus projectleider Leo Hendriksen van TNO. “Er zijn diverse technieken bedacht door toeleveranciers, alleen was het voor de kweker nog onduidelijk voor welke techniek ze moesten kiezen en welke capaciteit nodig is. De vochtproductie in de kas is afhankelijk van de interne en externe omstandigheden. Wij hebben ondernemers geïnformeerd over nieuwe ontvochtigingstechnieken die hierbij kunnen helpen”.  Aan de hand van bijeenkomsten is een breed netwerk van bedrijven met kennis en ervaring over kasklimaat bij elkaar gebracht en zijn de onderzoeksresultaten van verschillende Technologie Clusters kenbaar gemaakt. Hier zijn de bestaande technieken en de mogelijke alternatieven voor ontvochtigen gepresenteerd. Hendriksen: “Op basis van de eigenschappen van de verschillende droogtechnieken en hun distributiesystemen in de kas hebben we een ontwerpmodel opgesteld waarmee systeemspecificaties worden gegenereerd en gekoppeld aan belangrijke invoergrootheden zoals de beschikbare soorten energie en hun kosten (warmte, koude, elektra), aanwezige hulpsystemen en distributiemogelijkheden of -beperkingen in de kas. Het model geeft op basis van deze gegevens aan in welke kas- en teeltsituaties welke droogsystemen het meest in aanmerking komen, wat belangrijk is voor een goede toepassing en welke voordelen zijn te verwachten t.a.v. benodigde energie en operationele kosten”.

Aan de hand van het ontwerpmodel hebben groepen ondernemers gekeken wat het ideale kasontwerp zou zijn voor o.a. chrysanten, potplanten en alstroemeria. Het ontwerpmodel wordt nu geëvalueerd aan de hand van enkele praktijksituaties bij twee leveranciers, Dalsem en VB groep. Zij willen een geavanceerd droogsysteem plaatsen of een bestaand systeem aanpassen. Op basis van de bevindingen worden de regels getoetst en worden de keuze- en ontwerpcriteria gecontroleerd en waar nodig aangepast. Oplossingen kunnen dan binnen een jaar worden ontwikkeld en binnen 2-3 jaar commercieel worden toegepast. De technieken kunnen ook in het buitenland worden toegepast. Zo worden er met Arcazen stappen gezet om de drogingstechniek toe te passen in een tropenkas.