Steeds meer te vertellen over de bodem

20 juli 2020

Een van de drie pijlers van het project De Groene Tulp is de bodem. Meer inzicht is nodig om ook in de toekomst een goede kwaliteit tulpen te telen. Teler Piet Uitgeest is als lid van NLG zich meer in de bodem gaan verdiepen en Willem van Leeuwen van het Leiden Centre for Applied Bioscience ziet kansen voor diagnostiek van bodems op basis van genetisch materiaal. Er valt steeds meer over bodems te vertellen.

Bron: Greenity | tekst: Arie Dwarswaard 

Twee jaar geleden sloten Piet en zijn zoon Klaas Uitgeest uit het Texelse De Koog zich aan bij Natural Living and Growth (NLG). Een van de zaken waar ze al snel mee aan de slag wilden, was de bodem. “We zitten op zandgrond met 1,5 procent organische stof en streven naar een verdubbeling. Dat is een kwestie van lange adem”, aldus Piet Uitgeest. Afwachten is er echter niet bij, integendeel. “We zijn aan de slag gegaan met een andere groenbemester. We telen nu de zogenoemde NLG-mix, waarin enkele tientallen verschillende gewassen zitten. De eerste resultaten zien er goed uit. Als je na zo’n teelt de grond bewerkt, dan ziet die er goed doorworteld uit. We zijn ook nog een andere groenbemester aan het testen om te kijken of dat ook wat voor ons is.” Uitgeest beschouwt de toepassing van een groenbemester als een echte teelt. “Je moet het echt als een gewas verzorgen en er aandacht aan schenken. Geef een beetje meststof om het op gang te helpen. Hier moet je tijd voor maken.”

De deelname van NLG aan het project De Groene Tulp vindt Uitgeest prima. “Er is veel kennis binnen de groep deelnemers aan NLG. Het is goed dat er drie kwekers in dit project zitten om hun inbreng vanuit de praktijk te hebben. Wat de grond betreft gaat het er om die weer in balans te brengen. Wij laten de grond onderzoeken met de Albrechtmethode en dat geeft ons inzicht. Maar er is op dit terrein nog wel veel te winnen.”

Een stap verder richting de toekomst gaat Willem van Leeuwen. Hij is lector Innovatieve Moleculaire Diagnostiek aan het Leiden Centre for Applied Bioscience en is met zijn team bij De Groene Tulp betrokken om met nieuwe technieken meer over de bodem te vertellen. “We kunnen door DNA-onderzoek in kaart brengen welke micro-organismen er zoal in de bodem leven. Denk daarbij aan mycorrhiza’s, maar ook aaltjes en bodemziekten als Fusarium. Dat brengen we in kaart, maar dan weet je nog niet of een bodem gezond is. Dat is wel nodig om de kwaliteit van een bodem te definiëren. Kun je op deze grond een goede kwaliteit tulpen telen? Dat is wat de teler wil weten”, aldus Van Leeuwen. Wat er in de grond zit, is niet voldoende. “Er kan Fusarium in de grond zitten, maar er zijn ook bodemorganismen die Fusarium kunnen remmen in hun groei. We hebben daar inmiddels al een paar voorbeelden van gevonden nadat een student materiaal op kweek had gezet. Er zijn bacteriën die dat kunnen en dat is heel interessant.”

Van Leeuwen benadrukt dat het nog te vroeg is voor een praktische aanpak. “Maar als het project De Groene Tulp af is, dan is er zeker meer informatie over bodems en kan een teler voorafgaand aan de teelt laten bepalen of het perceel dat hij heeft uitgezocht geschikt is om tulpen op te telen. Wat telers zich wel moeten blijven realiseren, is dat welk bolgewas je ook teelt, het altijd een monocultuur is. Het is een hele kunst om bij zo’n teelt de bodem goed in balans te houden, zodat het gewas gezond blijft. Maar over een paar jaar valt daar zeker meer over te zeggen.”

Bron: Greenity | tekst: Arie Dwarswaard