Frank Kreuk: “Het gaat om opbrengsten boven én onder de grond”

19 november 2020

Frank Kreuk van Proeftuin Zwaagdijk: “Het gaat om opbrengsten boven én onder de grond”

“Hier en daar heerst nog weleens het idee dat grond vooral voldoende rust moet krijgen. Maar inmiddels zijn we tot andere inzichten gekomen: grond -en daarmee de bacteriën en schimmels in die grond- moeten worden gevoed.” Als onderzoeker bij Proeftuin Zwaagdijk heeft Frank Kreuk zich de laatste jaren ondergedompeld in groenbemesters. “Ondertussen wordt er in de praktijk trouwens al volop mee gewerkt. Je ziet buiten weinig donkere percelen meer. Wij onderzoeken vooral de juiste samenstelling van groenbemesters.”

Grasachtigen en kruisbloemen

Kort gezegd draait het onderzoek binnen EFRO Evergreen om de stelling dat groenbemesters een positief effect hebben op de groei van bloembollen en het bodemleven. De vraag is vooral: welk recept zorgt voor het beste resultaat? “Als we weten hoe we de bodem in balans houden zijn we uiteindelijk minder afhankelijk van chemische middelen. Dát groenbemesters een positief effect hebben op de bodem weten we, maar er is een enorm scala van soorten groenbemesters en verschillende mengsels. We zaaien  dus jaarlijks stroken grond met steeds hetzelfde mengsel om te zien wat het effect op het bodemleven is. Het eerste jaar konden we daar niet teveel van verwachten, toen lag het er pas twee maanden op. Maar nu na drie jaar zien we goede resultaten, onder andere met een mengsel op basis van grasachtingen en de NLG-mix (vanuit NLG Holland). Een andere strook is bijvoorbeeld bedekt met kruisbloemen. Hoewel die er op het veld het kleurrijkst uitzien, gaat het natuurlijk om wat er onder de grond gebeurt. Hoe meer wortels er in de grond steken, hoe luchtiger de grond is. En dat stimuleert weer het bodemleven. Daarbij is het belangrijk om te monitoren of het aantal schadelijke organismen niet ook toeneemt; die wil je vanzelfsprekend juist weer niet. Een groot deel van de opbrengst van bemesten met groen zit ‘m dus in wat er onder de grond gebeurt, terwijl je uiteindelijk nog steeds kwalitatief goede bollen teelt in een goede hoeveelheid. Je wilt voor allebei het beste.”

Het liefst plakt Frank nog een aantal jaar aan het onderzoek vast: in het belang van de sector, maar stiekem misschien ook een beetje voor zichzelf? “Ik werk de hele dag met planten, wat wil je nog meer?”