28
Feb
Duurzame teelt met behoud van kwaliteit en opbrengst

Groene Tulp

De toekomstbestendigheid van de tulpenteelt vergroten, door de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen te verkleinen. Dat is het doel van het project De Groene Tulp, dat enkele weken geleden op de Dag van de Tulp in Zwaagdijk werd gepresenteerd. Aan de hand van de drie thema’s, bodemverbetering, bolbehandeling en gewasbehandeling, leggen projectmanager Sem Broersen en bollenonderzoeker Frank Kreuk van Proeftuin Zwaagdijk uit wat er de komende jaren precies gaat gebeuren.

Waarom het project De Groene Tulp nodig is?

Zich indirect richtend tot bollentelers die het allemaal maar overbodig gedoe vinden, wéér een project dat de bollenteelt geïntegreerder of biologischer moet maken, haalt Broersen het recente voorbeeld van de neonicotinoïden aan. “Middelen met die werkzame stof, zoals Admire en Kohinor, lagen opeens onder vuur, omdat ze slecht zouden zijn voor bijenpopulaties. Consumenten sloegen er ongerust op aan en supermarkten volgden. Wat je daar ook van vindt, of het nu waar is of niet, onder maatschappelijk druk zullen in de toekomst steeds meer middelen verdwijnen. Kijk maar naar Plenum, dat in glasteelten ook opeens ter discussie stond, zonder dat de fabrikanten het zagen aankomen.”

De eisen worden alleen maar strenger, terwijl steeds meer middelen wegvallen, stelde ook voorzitter Hans Wessels van de KAVB-productgroep Tulp vorig jaar al vast op de Dag van de Tulp. “Als we ook in de toekomst marktleider willen blijven, moeten we nu investeren in onderzoek.” Precies een jaar later kon hij in Zwaagdijk tevreden het startsein geven voor De Groene Tulp, dat kan worden beschouwd als een krachtenbundeling van een groot aantal organisaties en bedrijven (zie kader). “Over vier jaar zal de tulpenteelt niet biologisch zijn”, tempert Kreuk al te hooggespannen verwachtingen. “Dat is een utopie. Wel willen we de ervaringen uit de biologische teelt meenemen in het project, zoals we ook kijken naar wat we kunnen leren van andere teelten. Zoals de lelieteelt. Eén op één vertalen van wat daar al is bereikt, bijvoorbeeld op het gebied van biologische bodemontsmetting, kan niet, daarvoor zijn de teelten te verschillend, maar het is interessant om te kijken wat in de tulpenteelt de mogelijkheden zijn.” Broersen: “We willen onderzoeken waar en hoe we het gebruik van chemische middelen fors kunnen verminderen, zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit en de opbrengst. We denken dat er meer mogelijk is dan telers vaak denken.”

Minder intensief spuitschema

Daarbij doelt hij binnen het thema ‘gewasbehandeling’ onder andere op de wekelijkse spuitschema’s met preventieve middelen die telers veiligheidshalve doorgaans goed dichttimmeren. “Ook de tulpenteelt is zo kapitaalintensief, dat telers geneigd zijn geen risico te nemen”, legt Kreuk uit. “Jammer, want bij de bestrijding van Botrytis of vuur kan met een beslissingsondersteunend systeem al veel milieuwinst worden geboekt in de vorm van een minder intensief spuitschema.” Binnen het thema ‘bodemverbetering’ zal worden bekeken hoe de grond weerbaarder kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door het organischestofgehalte te verhogen. “Hoe weerbaarder je de grond maakt, bijvoorbeeld door groenbemesters in te zaaien of compost aan te wenden, hoe minder kans Rhizoctonia krijgt”, legt Kreuk uit. “En hoe minder grondontsmettingsmiddelen je hoeft te gebruiken.” Broersen: “Op klei is de tulpenteelt dankzij de reizende bollenkraam veel minder intensief. Op die grondsoort is het interessant om te kijken hoe je verdichting van de grond tegen kunt gaan. Bodemgezondheid is in de veehouderij de laatste jaren een hot item, we gaan zeker kijken wat we van die sector kunnen leren.” Binnen het thema ‘bolbehandeling’ richt het project zich vooral op de coating van bollen en het schuimen in flow, als alternatief voor het dompelen of douchen van kuubkisten in een mix van water en een fungicidencocktail waaronder Captan. Kreuk: “Bij dompelen neemt een kist alleen al ongeveer tien liter water op. Schuimen in flow zorgt voor een forse reductie van fungiciden en emissie.”

Maatschappelijk draagvlak

Communicatie is volgens Broersen een belangrijk onderdeel van het project. “Open dagen, social media, vakbladen… We zullen telers op alle mogelijke manieren op de hoogte houden van de resultaten en hopen dat ze aan de slag gaan met veelbelovende teelttechnieken en -methoden die gepaard gaan met een reductie van het middelengebruik. Met het oog op het maatschappelijk draagvlak is het bovendien belangrijk dat je de buitenwereld laat zien dat je het milieu serieus neemt en als sector alles in het werk stelt om de teelt duurzamer te maken.”

Breed draagvlak

Net als het vierjarige onderzoeksprogramma Het Nieuwe Verwerken van Wageningen Plant Research (PPO), streeft ook het project De Groene Tulp naar het behoud van het maatschappelijk draagvlak voor de tulpenteelt door het middelengebruik te verminderen. Het onderzoek naar meer geïntegreerde teeltwijzen wordt ondersteund door tien bedrijven en organisaties: de KAVB-productgroep Tulp, het LCAB, GreenPort NHN, Agri Treat Projects, iBulb, Koppert, CNB Teeltadvies, NLG, Rabobank en de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmateriaal. Een werkgroep en een stuurgroep houden namens het vak de vinger aan de pols. Het project wordt gesubsidieerd door de overheid en daarnaast onder andere gefinancierd uit het Fonds Innovatie Tulp. De coördinatie en uitvoering is in handen van Proeftuin Zwaagdijk. Het project is afgelopen najaar van start gegaan met het planten van onder andere de cultivars ‘Strong Gold’ en ‘Jan Seignette’ op twee proeflocaties op klei (Zwaagdijk) en zand (Noordelijk Zandgebied).

Bron: Greenity 14 februari 2019 | Tekst: Cees de Geus | Fotografie: René Faas

Plaats een reactie