10
Mrt
Zilte groente van Texel als exportmiddel

In een openluchtlaboratorium op Texel worden aardappels, wortels en bieten gekweekt die tegen zoute grond kunnen. Salt Farm Texel en Icco introduceren die in Bangladesh.

Zie hier het wereldwonder”, zegt financieel directeur Robin Konijn van Salt Farm Texel op het land achter boerderij Einde van de Wereld. De akker van 240 bij 42 meter ligt er momenteel leeg bij, maar is toch bijzonder. Al Jazeera en BBC filmden hier. Twee staatssecretarissen namen er een kijkje. De koning was zelfs op bezoek. En de minister van buitenlandse zaken van Bangladesh kwam aanrijden in een geblindeerde Audi, met bodyguards en Nederlandse escorte.

Het land is een openluchtlaboratorium, waarin getest wordt welke gewassen zoutbestendig zijn. Wereldwijd is de verzilting van landbouwgrond een groot probleem. Door verkeerde irrigatiemethodes, overstromingen en verdamping hoopt het zout zich op in de grond.

Een miljard hectare landbouwgrond is al afgeschreven en volgens de Verenigde Naties komt daar dagelijks 2000 hectare bij. De jaarlijkse schade is 27 miljard dollar. Het probleem speelt in landen als de VS, Australië, Spanje, Pakistan, India en Bangladesh.

Wit vlekje Texel

Op de wereldkaart met roodgekleurde probleemgebieden die Konijn laat zien, is Texel een wit vlekje. Maar boeren op het eiland weten wel wat zoetwaterschaarste is, vertelt hij: in de zomer is het hier verboden te sproeien. De omstandigheden zijn er speciaal en dat biedt kansen voor onderzoek. Marc van Rijsselberghe is de aanjager. De oprichter van Salt Farm Texel (SFT), begonnen als biologisch-dynamisch teler, werkte al vaker samen met de wetenschap, bijvoorbeeld bij het telen van zeekool, strandbiet en lamsoor.

Naast de akker staat een cabine in camouflagekleuren, een restant van de Nederlandse Afghanistan-missie. Konijn opent de stalen deuren en onthult een cockpit: bureau, stoelen, computer en een felblauwe waterpomp. Twee waterbuizen gaan de cabine binnen. De ene met zout water dat vlak bij vogelgebied de Petten onder de dijk door kruipt, de andere met zoet water uit het regenbassin. Door het raampje kijk je in de diepte langs de irrigatie-verdeelpunten in het veld.

De waterpomp mengt het water in zeven zoutgradaties en verdeelt het over het land. Zo wordt na verloop van tijd duidelijk welke soorten aardappel, wortel, koolraap, rode ui of broccoli bestand zijn tegen zout.

“Een eenvoudig klusje, want je ziet het zo”, zegt Konijn. “De planten vertellen het verhaal.” Het ene zaaibed blijft namelijk kaler dan het andere. Er zijn acht herhalingen per soort, om toeval en wisselende omstandigheden uit te sluiten.

“Veel gewassen hebben het moeilijk in zoute grond: het zaad denkt dat het te droog is om te ontkiemen. Maar andere soorten hebben voorouders die ooit in zilte grond stonden en zijn van nature beter bestand. Die varianten selecteren we.” SFT wil zich in de toekomst verdiepen in het kiemproces. “Zaad heeft in zoute grond een zetje nodig. Je kunt het als een borrelnootje inpakken met beschermende stoffen, coaten heet dat. Die kant willen we op.”

Mooi exportproduct

Van de Verenigde Arabische Emiraten tot Ghana, overal komen de mailtjes en telefoontjes inmiddels vandaan. Maar SFT, dat twintig medewerkers heeft, moet zichzelf zien te redden en kan niet overal naartoe vliegen met een zak pootgoed. Daarom is de financiële bijdrage die staatssecretaris Van Dam vorige week toezegde zo welkom. Voor het ministerie zijn landbouwinnovaties een mooi exportproduct. Van Dam kreeg de resultaten gepresenteerd van het meerjarige wetenschappelijke onderzoek op Texel en noemde het een succesvolle doorbraak.

Verder werd laatst bekend dat ontwikkelingsorganisatie Icco en SFT 2 miljoen euro krijgen van de Postcode Loterij voor een meerjarig project in Bangladesh. Deze maand gaat het van start. Ze gaan er boeren opleiden en introduceren zoutbestendige gewassen: aardappels, wortels, koolrabi, kool en bieten. In Bangladesh is de landbouwgrond in de kustregio voor de helft aangetast door zout. Dat komt door overstromingen vanuit zee en doordat rivieren buiten hun oevers treden.

“We staan hier nu in de zon, maar bedenk dat het in Bangladesh 30 graden warmer is”, vertelt Konijn. In veel landen verschillen de omstandigheden en de oorzaken van verzilting. De resultaten op Texel bieden dus geen keiharde garanties. Daarom wordt ook in Bangladesh een veldlaboratorium ingericht.

Pootgoed naar Pakistan

Konijn laat foto’s zien van een boerenakker in Pakistan, waar SFT drie jaar geleden aan de slag ging. Een leerzaam project. Ze stuurden pootgoed met de boot naar Pakistan. “Na zes weken vertraging bij de douane hielp aardappelteler Jan Bakker van Texel de boeren op weg. Mooie heuveltjes van zand gemaakt, waarin de planten moeten opkomen. Pootaardappelen geplant, niet met een machine maar met een stok, dus elke pootaardappel op een andere diepte.” Het zag er netjes uit.

Eenmaal thuis kwamen de foto’s en dat was schrikken. “De aarde zag wit van het zout. We hebben het later gemeten: de grond was zouter dan zeewater.” Probleem is dat er wordt geïrrigeerd met brak rivierwater, in grote hoeveelheden tegelijk. “Na verdamping blijft het zout liggen.” Alleen bij de wortels druppelen is het beste advies. Maar irrigatiedruppelaars zijn duur.

“Een geultje maken in de zandrug kan helpen. Dan komt het zout niet bij de plant. De boeren moeten nieuwe technieken aanleren, anders gaat het mis. Daarom zijn we blij met Icco. Zij brengen de kennis over en hebben een netwerk, zodat de handel meedoet.”

De boeren moeten ook begrijpen dat het niet handig is om alle soorten aardappelen door elkaar te gooien, zegt Konijn. Dat maakte de analyse van een aantal testlocaties in Pakistan een stuk lastiger.

De smaak van in zout geteelde groenten is zoeter en voller, dat hebben smaakpanels vastgesteld. “De plant blijkt meer suikers aan te maken, vandaar. Als ze de groente in de curry gooien, merken Bengalen daar weinig van”, grapt Konijn. “Het belangrijkste is dat je niet ziek wordt van de zoutbestendige varianten.”

Voor de boeren in Bangladesh is de grote winst straks dat ze de kans krijgen om hun akkers te benutten in de winter. “Nu verbouwen ze rijst in de regentijd en ligt het land braak in de winter. Het levert misschien niet meteen een topoogst op, maar ze hebben wel meer te eten.”

 

TROUW 08-03-17 Hans Nauta 

 

Klik hier voor de internationale agenda. 

 

 

Plaats een reactie